“Alleen Nederlands aan de keukentafel”

Familie Overmars uit Mijdrecht nam vijf jaar geleden de 15-jarige Janar uit Estland voor een jaar in huis. Toen hun beide eigen zoons uitgevlogen, kozen vader Rob en moeder Pien vaker voor een uitwisselingsstudent. 

David (17) uit Hongarije woonde in 2017 in Mijdrecht. En in 2018 zijn dat achtereenvolgens de 18-jarige Jano uit België en Mario (18) uit Venezuela. “Het empty-nest syndroom? Ja, dat speelt wel een beetje mee”, vertelt Rob. “Maar het belangrijkste is dat wij deze jongeren een kans willen geven.”

Eigen kind

De Hongaarse student David had een mooi jaar. Hij voelde zich direct thuis toen hij half augustus aan zijn uitwisselingsjaar in Nederland begon. Al ging zijn eerste fietstocht door het dorp maar net goed. “Hij had nog nooit gefietst”, legt Rob uit. “Hij woont in Boedapest, daar nemen ze de bus.” David werd in het gezin opgenomen als een derde zoon. Het eigen kroost van de familie Overmars woont niet meer thuis: oudste zoon Nigel studeert in Groningen en de jongste, Joran, was net vertrokken naar Rome. Zo’n onbekende  puber in huis vraagt natuurlijk wel iets van ze. “Je investeert tijd en geld en levert een stukje van je privacy in. Maar daar krijg je een hoop gezelligheid voor terug. En hij kon heel lekker koken.” De familie bood David graag deze kans. En ze behandelden hem duidelijk niet als gast, maar als hun eigen kind. Rob: “Ik betaalde zijn mobiele telefoon, hielp hem met zijn schoolwerk. En als hij vervelend was, kreeg hij dat ook gewoon te horen.”

Behoorlijk woordje

Aan de keukentafel van de familie Overmars werd geen woord Engels, Duits of Hongaars gepraat. “Alleen Nederlands. Dat is  de beste manier om het snel te leren”, vinden Rob en Pien. En inderdaad sprak David na twee maanden al een behoorlijk woordje in zijn nieuwe taal. Dat moest ook wel, want hij volgt het volledige, Nederlandstalige VWO-lesprogramma op het Veenlanden College in Mijdrecht. Alle studenten die via YFU naar Nederland komen – en dat zijn er zo’n 65 per jaar – gaan naar een Nederlandse school, om op die manier snel de taal en cultuur te leren kennen en hetzelfde leven te leiden als hun leeftijdsgenoten.

Blijven

De eerste maanden waren pittig, merkt David, want Nederlands is een moeilijke taal. Wiskunde, scheikunde en aardrijkskunde waren geen probleem. Maar een vak als biologie wel. Dat is heel veel tekst. Ook de lessen Nederlands waren natuurlijk boven zijn niveau. Maar David was gemotiveerd en werd gesteund door zijn gastouders. Rob: “Hij is slim. Maar moest wel keihard werken.”

Bitterballen

In de tussentijd genoot David ook gewoon van Nederland. Pien: “We hebben een museumjaarkaart gekocht en trokken er regelmatig op uit. Naar het Van Gogh-museum, het scheepvaartmuseum en zelfs naar het Nijntje-museum.” Bitterballen en een Hollandse haring gingen er goed in. En uiteindelijk bouwde hij een mooi sociaal leven op. “David was helaas geen balsporter, dus hij sloot niet zo maar aan bij een voetbal- of basketbalteam. Het was dus best even zoeken voor hem. Maar hij leefde zich regelmatig  uit in de sportschool en hing ook graag lui op de bank. Nederland is vermoeiend, zei hij altijd. Hij moest dus veel rusten.”

Een jaar later heeft Rob nog regelmatig contact met David, ook nu zijn plaats is ingenomen door achtereenvolgens Jano en Mario. “Hij houdt altijd een speciaal plekje in ons hart.”

Auteur: Inge Vossers